Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren alsook om als lid te kunnen inloggen. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
terug naar overzicht

Een podium van 2,5 km lang

In de laatste weken van de zomer vorig jaar hing er in Brugge iets in de lucht. Een soort broeierige spanning. Een verlangen naar iets groots. Na 7 jaar zou de Gouden Boomstoet eindelijk nog eens uitgaan. Die vertelt het verhaal van de geschiedenis van Brugge en het graafschap Vlaanderen, met het spectaculairste huwelijk dat ooit in Brugge plaatsvond – dat van Margaretha van York met Karel de Stoute – als rode draad. Normaal gaat de stoet om de 5 jaar uit. Covid stak er echter een stokje (of twee) voor.

De verwachtingen waren hooggespannen, want de stoet kreeg met nieuwe coregisseur Tom Ternest naast de traditionele taferelen ook heel wat vernieuwing en zelfs een hypermodern nieuw slot. In de weken voor dé dag gonsde het van de berichtgeving, en werd de nieuwsgierigheid volop gewekt.

Beter niet. Of toch wel?

Ik heb ervaring met stoeten. In mijn jeugd liep ik 6 jaar op rij mee in de Heilige Bloedprocessie. Met de vlaggenzwaaiers van Dansgroep Aglaja brachten we extra kleur en beweging in de straten. Maar nadat ik mijn danssloffen aan de haak hing, verwaterde mijn engagement voor Brugse stoeten tot heel sporadisch toeschouwerschap. Deze Gouden Boomstoet – en zeker dat nieuw slottafereel – beloofde echter iets speciaals te worden. En de regisseurs deden via allerlei kanalen diverse oproepen voor figuranten om dat slottafereel te bemannen (m/v/x).

Het kriebelde… Mijn buikgevoel zei: ‘Doen!’ Maar ik twijfelde. Zou ik meedoen? Of toch maar beter niet? De twijfel was niet minder dan pure podiumvrees. Tienduizenden mensen zouden langs het 2,5 km lange parcours staan. Wellicht ook veel bekenden. Iedereen zou ons bekijken en beoordelen. En in de oproep om mee te werken stond niet wat we precies zouden moeten doen. Het was allemaal nogal vaag. Voor iemand als ik die graag alle details van een presentatiejob voorbereidt, was dat zwáár buiten de comfortzone. :-)

Het topje van de ijsberg

Het is iets wat ik vaak herken in mensen die bij mij komen informeren naar spreekcoaching. Als ze niet ‘gedwongen’ worden om te spreken, kruipen ze nog liever weg in een hoekje dan zelf de kans te grijpen. Alle excuses zijn goed om er niet aan te moeten beginnen. ‘Goh, nu nog niet… láter misschien.’ Of ‘Er zijn mensen die dat veel béter kunnen dan ik.’ Of ‘Ik heb niet echt iets te vertellen hoor…’

Ondertussen heb ik door dat er onder dat topje van de ijsberg – dat ene zinnetje – meestal een hele ijsberg aan bewuste en onbewuste processen speelt die zorgen dat je niet in beweging komt. En ja, ook bij mij. Als een presenteer- of modereerjob niet al lang op voorhand geboekt en in de agenda gebetonneerd was, zou ik er misschien ook wel stilletjes vanonder proberen te muizen. Zelfs na al die jaren blijft het nog altijd ‘buiten mijn comfortzone’. 

Zet jezelf voor het blok

Maar de enige manier om te groeien, is door in actie te komen. Mijn nieuwsgierigheid en mijn goesting om iets voor mijn stad te betekenen, hoe klein de figurantenrol ook was, deed me na (héél) lang twijfelen en afwegen tóch die mail sturen. Ik kreeg dezelfde dag nog een antwoord terug: ik was erbij! Nu was er geen weg meer terug, of toch niet zonder gezichtsverlies.

Op de generale repetitie vernamen we wat we moesten doen: 4 grote onderdelen van een moderne ‘toren’ door de stad dragen en die op diverse momenten laten ronddraaien en tot één geheel samenvoegen. De dag zelf was het stralend weer, de straten waren gevuld met mensen en het publiek reageerde laaiend enthousiast op het nieuw tafereel.

Voldaan terugkijken

Achteraf dronken we met alle figuranten nog een glas op het succes van de stoet. We keken voldaan terug. Ik dacht bij mezelf: ‘Waar heb je je nu eigenlijk zorgen over gemaakt?’ En ook: ‘Het 2,5 km lange parcours afstappen met 80.000 ogen op je gericht was eigenlijk niéts in vergelijking met die éérste stap zetten: dat kort mailtje sturen om mij aan te melden.’ Het zou zeker een gemiste kans geweest zijn om niet te mailen, en de dag zelf knarsetandend te moeten toekijken hoe ánderen wél in actie waren gekomen.

One more thing

‘Grijp elke kans om te spreken!’, zeg ik altijd aan de mensen die ik coach. Enkel zo kun je er beter in worden. Maar ik herken ook de twijfel en soms de angst om die eerste stap te zetten. Én ik ken de voldoening van achteraf op een geslaagd moment van groei te kunnen terugkijken. :-)

terug naar overzicht